Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:1702 ECLI:NL:HR:2025:1702 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1702 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:1702
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00055 B Datum 18 november 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2024, nummer RK 24/022638, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de klaagster.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:1702 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00055 B Datum 18 november 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2024, nummer RK 24/022638, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de klaagster.

Keywords

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering
artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering
2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering een onjuiste maatstaf heeft toegepast.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00055 B Datum 18 november 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2024, nummer RK 24/022638, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de klaagster.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en M.N. Greeven bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank, en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering een onjuiste maatstaf heeft toegepast. 2.2 Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het.

De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 2.3 Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig. 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de beschikking van de rechtbank; - wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2025.