ECLI:NL:HR:2025:170 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00499 Datum 4 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2023, nummer 22-000344-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:170 · Hoge Raad: De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. 3.2 Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en twee weken beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/00499 Datum 4 februari 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2023, nummer 22-000344-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstraf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de tenlastegelegde medeplichtigheid aan een overval. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie.
De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. 3.2 Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en twee weken beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.