ECLI:NL:HR:2025:1678 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00916 Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2024, nummer 20-002325-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedartikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:1678 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00916 Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2024, nummer 20-002325-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940, hierna: de verdachte.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00916 Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2024, nummer 20-002325-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.W. Heemskerk bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. Het tweede cassatiemiddel klaagt in het bijzonder dat het hof in strijd met artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering die bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige. 2.2 De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.