Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:1653 ECLI:NL:HR:2025:1653 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1653 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:1653
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00855 Datum 7 november 2025 ARREST op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 24 januari 2025, nr. SGR 23/2771 V. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie 1.1 In deze zaak heeft belanghebbende, een rechtspersoon (een besloten vennootschap), bij aangetekende brief beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. 1.2 Artikel 1 van het Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures brengt mee dat een rechtspersoon verplicht is digitaal te procederen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1653 · Hoge Raad: (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 24 januari 2025, nr. SGR 23/2771 V. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie 1.1 In deze zaak heeft belanghebbende, een rechtspersoon (een besloten vennootschap), bij aangetekende brief beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. 1.2 Artikel 1 van het Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures brengt mee dat een rechtspersoon verplicht is digitaal te procederen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/00855 Datum 7 november 2025 ARREST op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 24 januari 2025, nr. SGR 23/2771 V. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie 1.1 In deze zaak heeft belanghebbende, een rechtspersoon (een besloten vennootschap), bij aangetekende brief beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. 1.2 Artikel 1 van het Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures brengt mee dat een rechtspersoon verplicht is digitaal te procederen.

In deze zaak had het beroepschrift in cassatie dus digitaal, via het webportaal van de Hoge Raad, moeten worden ingediend. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende daarom bij brief van 13 maart 2025 verzocht het beroepschrift in cassatie binnen 4 weken via het webportaal van de Hoge Raad in te dienen. Deze brief is aangetekend verzonden en is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 8:36a, lid 5, Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 1.3 Om redenen van proceseconomie laat de Hoge Raad in het midden of het onbetaald laten van het voor het cassatieberoep verschuldigde griffierecht verschoonbaar is in verband met betalingsonmacht. 2Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025. Stb 2020, 99.