ECLI:NL:HR:2025:1643 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02796 B Datum 11 november 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 november 2023, nummer RK 23/003113, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], gevestigd in [plaats], hierna: de klaagster.
Legislator headnote
AI generatedartikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:1643 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02796 B Datum 11 november 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 november 2023, nummer RK 23/003113, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], gevestigd in [plaats], hierna: de klaagster.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02796 B Datum 11 november 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 november 2023, nummer RK 23/003113, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], gevestigd in [plaats], hierna: de klaagster.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.