Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:1548 ECLI:NL:HR:2025:1548 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1548 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:1548
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02215 Datum 14 oktober 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 mei 2024, nummer 23-000004-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1548 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02215 Datum 14 oktober 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 mei 2024, nummer 23-000004-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, hierna: de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02215 Datum 14 oktober 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 mei 2024, nummer 23-000004-23, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.