Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:151 ECLI:NL:HR:2025:151 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:151 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:151
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02755 Datum 31 januari 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ZOETERMEER op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 2 april 2024, nr. SGR 23/4487 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 20 oktober 2023 betreffende een verzoek om kwijtschelding van aanslagen gemeentelijke belastingen voor het jaar 2022.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:151 · Hoge Raad: SGR 23/4487 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 20 oktober 2023 betreffende een verzoek om kwijtschelding van aanslagen gemeentelijke belastingen voor het jaar 2022.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02755 Datum 31 januari 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ZOETERMEER op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 2 april 2024, nr. SGR 23/4487 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 20 oktober 2023 betreffende een verzoek om kwijtschelding van aanslagen gemeentelijke belastingen voor het jaar 2022.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.