ECLI:NL:HR:2025:1506 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04784 Datum 4 november 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 december 2024, nummer 21-003481-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:1506 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04784 Datum 4 november 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 december 2024, nummer 21-003481-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/04784 Datum 4 november 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 december 2024, nummer 21-003481-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte.
1De uitspraak van het hof
Het hof heeft de verdachte voor doodslag onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf van (de Hoge Raad leest:) negen jaren en zes maanden.
2Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo een schriftuur ingediend. 3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.