Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:1422 ECLI:NL:HR:2025:1422 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1422 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:1422
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/04334 Datum 26 september 2025 ARREST in de zaak van [X] B.V. (hierna: belanghebbende) tegen 1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN 2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID) op het beroep in cassatie tegen de uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam van 26 september 2023, nrs. 22/00653 tot en met 22/02066, 22/02068 tot en met 22/02082, 22/02084 tot en met 22/02116, 22/02122 tot en met 22/02233, 22/02235 tot en met 22/02246, 22/02249 tot en met 22/02263, 22/02304 tot en met 22/02331 en 22/02409 tot en met 22/02412, op de hoger beroepen van belanghebbende en de incidentele hoger beroepen van de Inspecteur tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/0549 e.a.) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1422 · Hoge Raad: Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, heeft tegen de uitspraken van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/04334 Datum 26 september 2025 ARREST in de zaak van [X] B.V. (hierna: belanghebbende) tegen 1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN 2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID) op het beroep in cassatie tegen de uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam van 26 september 2023, nrs. 22/00653 tot en met 22/02066, 22/02068 tot en met 22/02082, 22/02084 tot en met 22/02116, 22/02122 tot en met 22/02233, 22/02235 tot en met 22/02246, 22/02249 tot en met 22/02263, 22/02304 tot en met 22/02331 en 22/02409 tot en met 22/02412, op de hoger beroepen van belanghebbende en de incidentele hoger beroepen van de Inspecteur tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 21/0549 e.a.) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, heeft tegen de uitspraken van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraken van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraken. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025. ECLI:NL:GHAMS:2023:3184.