Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:137 ECLI:NL:HR:2025:137 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:137 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:137
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03581 B Datum 28 januari 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2022, nummer RK 22/002480, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], hierna: de klager.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2025:137 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03581 B Datum 28 januari 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2022, nummer RK 22/002480, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], hierna: de klager.

Keywords

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03581 B Datum 28 januari 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2022, nummer RK 22/002480, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], hierna: de klager.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.