ECLI:NL:HR:2025:1301 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03144 Datum 16 september 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2023, nummer 23-001051-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:1301 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03144 Datum 16 september 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2023, nummer 23-001051-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03144 Datum 16 september 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2023, nummer 23-001051-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.M. Peeperkorn bij schriftuur en aanvullende schrifturen een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.