ECLI:NL:HR:2025:1146 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/03896 Datum 11 juli 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de MINISTER VAN FINANCIËN VAN CURAÇAO (hierna: de Minister) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 27 juli 2023, nrs. CUR2022H00180 tot en met CUR2022H00184, op het hoger beroep van belanghebbende en het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (nrs. CUR202000916 tot en met CUR202000919) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006, 2008 en 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:1146 · Hoge Raad: CUR2022H00180 tot en met CUR2022H00184, op het hoger beroep van belanghebbende en het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (nrs. CUR202000916 tot en met CUR202000919) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006, 2008 en 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/03896 Datum 11 juli 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de MINISTER VAN FINANCIËN VAN CURAÇAO (hierna: de Minister) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 27 juli 2023, nrs. CUR2022H00180 tot en met CUR2022H00184, op het hoger beroep van belanghebbende en het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (nrs. CUR202000916 tot en met CUR202000919) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006, 2008 en 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.G. Krieger, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
2Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025. ECLI:NL:OGHACMB:2023:182.