ECLI:NL:HR:2025:113 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/01568 Datum 24 januari 2025 BESCHIKKING In de zaak van [de vrouw] , wonende te [plaats] , VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: de vrouw, advocaat: K. Aantjes, tegen [de man] , wonende te [plaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: de man, advocaat: A.H. Vermeulen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak C/02/399830 FA RK 22-3282 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 december 2022; b. de beschikking in de zaak 200.324.566/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 februari 2024. De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2025:113 · Hoge Raad: De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/01568 Datum 24 januari 2025 BESCHIKKING In de zaak van [de vrouw] , wonende te [plaats] , VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: de vrouw, advocaat: K. Aantjes, tegen [de man] , wonende te [plaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: de man, advocaat: A.H. Vermeulen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak C/02/399830 FA RK 22-3282 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 december 2022; b. de beschikking in de zaak 200.324.566/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 februari 2024. De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.