Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2025:1005 ECLI:NL:HR:2025:1005 AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1005 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2025:1005
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/04525 Datum 1 juli 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2022, nummer 21-005059-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2025:1005 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/04525 Datum 1 juli 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2022, nummer 21-005059-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/04525 Datum 1 juli 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2022, nummer 21-005059-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.E.M.C. Koudijs bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.