ECLI:NL:HR:2024:984 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 22/02632 Datum 28 juni 2024 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juni 2022, nr. BKDH-21/00594 tot en met BKDH-21/00596 en BKDH-21/00599, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 18/3214 tot en met BRE 18/3216 en BRE 19/1411) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2012 en 2013 opgelegde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor het jaar 2014 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2024:984 · Hoge Raad: BKDH-21/00594 tot en met BKDH-21/00596 en BKDH-21/00599, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 18/3214 tot en met BRE 18/3216 en BRE 19/1411) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2012 en 2013 opgelegde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor het jaar 2014 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 22/02632 Datum 28 juni 2024 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juni 2022, nr. BKDH-21/00594 tot en met BKDH-21/00596 en BKDH-21/00599, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 18/3214 tot en met BRE 18/3216 en BRE 19/1411) betreffende aan belanghebbende over de jaren 2012 en 2013 opgelegde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor het jaar 2014 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024. ECLI:NL:GHSHE:2022:2261.