Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2024:972 ECLI:NL:HR:2024:972 AI generated

ECLI:NL:HR:2024:972 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2024:972
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00770 Bv Datum 9 juli 2024 BESCHIKKING op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2024, nummers RK 23/020268, 23/031677 en 23/031673, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 98 lid 4 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1], gevestigd in [vestigingsplaats], en [klager 2], geboren op [geboortedatum] 1984, hierna: de klagers.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2024:972 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00770 Bv Datum 9 juli 2024 BESCHIKKING op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2024, nummers RK 23/020268, 23/031677 en 23/031673, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 98 lid 4 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1], gevestigd in [vestigingsplaats], en [klager 2], geboren op [geboortedatum] 1984, hierna: de klagers.

Keywords

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00770 Bv Datum 9 juli 2024 BESCHIKKING op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2024, nummers RK 23/020268, 23/031677 en 23/031673, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 98 lid 4 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1], gevestigd in [vestigingsplaats], en [klager 2], geboren op [geboortedatum] 1984, hierna: de klagers.

1Procesverloop in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de klagers. Namens deze hebben N. van Schaik en H. Brentjes, beiden advocaat in Utrecht, bij gelijkluidende schrifturen cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van de beroepen. De raadslieden van de klagers hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt de beroepen. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2024.