Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2024:96 ECLI:NL:HR:2024:96 AI generated

ECLI:NL:HR:2024:96 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2024:96
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 22/02361 Datum 26 januari 2024 ARREST In de zaak van [de onteigende], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, hierna: [de onteigende], advocaat: J.P. van den Berg, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENSCHAP HARNASCHPOLDER, gevestigd te Schipluiden, VERWEERSTER in cassatie, hierna: het Bedrijvenschap, advocaat: M.W. Scheltema. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/09/548017/ HA ZA 18-183 van de rechtbank Den Haag van 28 maart 2018, 5 juni 2019, 10 juli 2019 en 4 mei 2022. [de onteigende] heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 4 mei 2022 beroep in cassatie ingesteld. Het Bedrijvenschap heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [de onteigende] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2024:96 · Hoge Raad: Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 26 januari 2024.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 22/02361 Datum 26 januari 2024 ARREST In de zaak van [de onteigende], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, hierna: [de onteigende], advocaat: J.P. van den Berg, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENSCHAP HARNASCHPOLDER, gevestigd te Schipluiden, VERWEERSTER in cassatie, hierna: het Bedrijvenschap, advocaat: M.W. Scheltema. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/09/548017/ HA ZA 18-183 van de rechtbank Den Haag van 28 maart 2018, 5 juni 2019, 10 juli 2019 en 4 mei 2022. [de onteigende] heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 4 mei 2022 beroep in cassatie ingesteld. Het Bedrijvenschap heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [de onteigende] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Vgl. HR 26 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:85. 3Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [de onteigende] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Bedrijvenschap begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de onteigende] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 26 januari 2024.