Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:924 ECLI:NL:HR:2014:924 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:924 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:924
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

15 april 2014 Strafkamer nr. 13/06401 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Almelo van 17 augustus 2009, nummer 08/801776-08, ingediend door mr. M.H. van der Linden, advocaat te Almelo, namens: [aanvraagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

Legislator headnote

AI generated

art. 457 Sv; ECLI:NL:HR:2014:924 · Hoge Raad: De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3Beoordeling van de aanvraag 3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.2.

Keywords

AI generated
art. 457 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 457 Sv

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

15 april 2014 Strafkamer nr. 13/06401 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Almelo van 17 augustus 2009, nummer 08/801776-08, ingediend door mr. M.H. van der Linden, advocaat te Almelo, namens: [aanvraagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvraagster ter zake van "diefstal" veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

2De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3Beoordeling van de aanvraag 3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.2.

In de aanvraag wordt aangevoerd dat de aanvraagster het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd als gevolg van een posttraumatische stressstoornis en een obsessieve compulsieve stoornis. Daarvan kan evenwel niet worden gezegd dat de Politierechter die de veroordeling heeft uitgesproken, daarmee niet bekend was. Immers, de door de verdediging ter terechtzitting van de Politierechter van 17 augustus 2009 overgelegde brief van sociaal psychiatrisch verpleegkundige L.W. Harens en psychiater A.J.E. Bosman van 31 maart 2009, houdt in dat de aanvraagster lijdt aan de in de aanvraag bedoelde stoornissen. 3.3.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist. 3.4. De Hoge Raad acht geen grond aanwezig tot inwilliging van het subsidiair gedane verzoek tot het benoemen van een deskundige. 4Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.

Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.