Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:823 ECLI:NL:HR:2014:823 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:823 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:823
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

4 april 2014 Nr. 13/06386 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 15 november 2013, nr. HAA 13/3387, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 11 september 2013, betreffende een ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2013 gegeven beschikking op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:823 · Hoge Raad: 4 april 2014 Nr. 13/06386 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 15 november 2013, nr. HAA 13/3387, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 11 september 2013, betreffende een ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2013 gegeven beschikking op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

4 april 2014 Nr. 13/06386 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 15 november 2013, nr. HAA 13/3387, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 11 september 2013, betreffende een ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2013 gegeven beschikking op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank die is gedaan in een geschil betreffende een besluit als het onderhavige ingevolge de AWIR. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.