Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:803 ECLI:NL:HR:2014:803 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:803 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:803
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

4 april 2014 Nr. 13/00187 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 november 2012, nr. 12/00130, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar (nr. AWB 10/850 GGH) betreffende de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding ter zake van de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslagen in de gemeentelijke belastingen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:803 · Hoge Raad: De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

4 april 2014 Nr. 13/00187 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 november 2012, nr. 12/00130, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar (nr. AWB 10/850 GGH) betreffende de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding ter zake van de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslagen in de gemeentelijke belastingen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.