Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:752 ECLI:NL:HR:2014:752 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:752 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:752
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

28 maart 2013 Eerste Kamer nr. 13/06134 EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n WONINGSTICHTING DE VOORZORG,gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en De Voorzorg.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:752 · Hoge Raad: Tegen het arrest van 20 augustus 2013 van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen De Voorzorg is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 28 februari 2014 op dit standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

28 maart 2013 Eerste Kamer nr. 13/06134 EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n WONINGSTICHTING DE VOORZORG,gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en De Voorzorg.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 162446/HA ZA 11-555 van de rechtbank Maastricht van 21 september 2011 en 7 maart 2012; b. de arresten in de zaak HD 200.112.170/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 16 oktober 2012 en 20 augustus 2013. Het arrest van 20 augustus 2013 van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van 20 augustus 2013 van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen De Voorzorg is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 28 februari 2014 op dit standpunt gereageerd.

3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2 en 3). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Voorzorg begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.