Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:737 ECLI:NL:HR:2014:737 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:737 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:737
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

28 maart 2014 Eerste Kamer nr. 13/01847 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: STICHTING MONUMENTEN 6%,gevestigd te Rotterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën),zetelende te ’s-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. K. Teuben. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en de Staat.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:737 · Hoge Raad: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

28 maart 2014 Eerste Kamer nr. 13/01847 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: STICHTING MONUMENTEN 6%,gevestigd te Rotterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Financiën),zetelende te ’s-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. K. Teuben. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en de Staat.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 386303/HA ZA 11-329 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 maart 2011 en 7 december 2011; b. de rolbeslissingen in de zaak 200.103.858/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 16 oktober 2012 en 24 oktober 2012, en het eindarrest van 13 november 2012. Het arrest van het hof van 13 november 2012 is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de rolbeslissingen en het eindarrest van 13 november 2012 van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.