Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:734 ECLI:NL:HR:2014:734 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:734 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:734
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

28 maart 2014 Nr. 13/04658 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 27 augustus 2013, nrs. AWB 12/5420; 12/5421; 12/5422; 12/5424 en 12/5425, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank, betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2005 en 2006 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) en over het jaar 2005 in de premie Ziekenfondswet zelfstandigen, en aanslagen voor het jaar 2007 in de IB/PVV en in de bijdrage Zorgverzekeringswet.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:734 · Hoge Raad: De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

28 maart 2014 Nr. 13/04658 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 27 augustus 2013, nrs. AWB 12/5420; 12/5421; 12/5422; 12/5424 en 12/5425, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank, betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2005 en 2006 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) en over het jaar 2005 in de premie Ziekenfondswet zelfstandigen, en aanslagen voor het jaar 2007 in de IB/PVV en in de bijdrage Zorgverzekeringswet.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.