Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:678 ECLI:NL:HR:2014:678 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:678 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:678
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

21 maart 2014 Eerste Kamer 13/01872 EE/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest In de zaak van: [eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. M.A.M. Essed, t e g e n [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A. Fruytier. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:678 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 maart 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 maart 2014 Eerste Kamer 13/01872 EE/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest In de zaak van: [eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. M.A.M. Essed, t e g e n [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A. Fruytier. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 220930/HA ZA 10-1157 van de rechtbank Breda van 25 augustus 2010, 5 januari 2011 en 1 februari 2012; b. de rolbeslissingen in de zaak 200.112.511/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 11 december 2012 en 27 december 2012. De rolbeslissingen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen voornoemde rolbeslissingen van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 maart 2014.