Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:67 ECLI:NL:HR:2014:67 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:67 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:67
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

17 januari 2014 Nr. 12/05838 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] h.o.d.n. [A] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 8 november 2012, nr. 10/00318, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:67 · Hoge Raad: Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 5Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17 januari 2014 Nr. 12/05838 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] h.o.d.n. [A] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 8 november 2012, nr. 10/00318, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over de periode 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, alsmede een boete. De naheffingsaanslag en de boetebeschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd. De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 08/2764) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, doch uitsluitend de uitspraak van de Inspecteur met betrekking tot de boete vernietigd, en de boete verminderd. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraken van de Inspecteur vernietigd, de naheffingsaanslag verminderd, en de boete verder verminderd.

2Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 5Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2014.