Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:632 ECLI:NL:HR:2014:632 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:632 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:632
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

14 maart 2014 Eerste Kamer 13/04961 RM/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest In de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats], 3. [verweerster 3],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:632 · Hoge Raad: Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 februari 2014 op dit standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 maart 2014 Eerste Kamer 13/04961 RM/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest In de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats], 3. [verweerster 3],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 110125/HA ZA 10-318 van de rechtbank Almelo van 14 september 2011; b. het arrest in de zaak 200.099.615 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 februari 2014 op dit standpunt gereageerd.

3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 14 maart 2014.