Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:410 ECLI:NL:HR:2014:410 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:410 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:410
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

21 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/05137 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de man],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [de vrouw],wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:410 · Hoge Raad: Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van de man heeft bij brief van 17 januari 2014 op dit standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/05137 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de man],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [de vrouw],wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikkingen in de zaak 312384/F1 RK 08-1966 van de rechtbank Rotterdam van 13 april 2012 en 16 november 2012; b. de beschikking in de zaak 200.122.185/01 van het gerechtshof Den Haag van 24 juli 2013. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van de man heeft bij brief van 17 januari 2014 op dit standpunt gereageerd.

3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 7 - 9). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 februari 2014.