Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:408 ECLI:NL:HR:2014:408 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:408 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:408
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

21 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/02795 LZ/EE Beschikking in de zaak van: 1. [verzoeker 1],wonende te [woonplaats], en zijn kinderen: 2. [verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [verzoeker 3], 4. [verzoeker 4], 5. [verzoeker 5], VERZOEKERS tot cassatie, advocaten: mr. P.S. Kamminga en mr. T. Welschen, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst),zetelende te ’s-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.M. van Asperen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Staat.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:408 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 februari 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/02795 LZ/EE Beschikking in de zaak van: 1. [verzoeker 1],wonende te [woonplaats], en zijn kinderen: 2. [verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [verzoeker 3], 4. [verzoeker 4], 5. [verzoeker 5], VERZOEKERS tot cassatie, advocaten: mr. P.S. Kamminga en mr. T. Welschen, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst),zetelende te ’s-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.M. van Asperen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Staat.

1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/421802/HA RK 12-342 van de rechtbank Den Haag van 7 maart 2013. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep. De advocaten van [verzoeker] c.s hebben bij brief van 16 januari 2014 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 februari 2014.