Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:405 ECLI:NL:HR:2014:405 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:405 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:405
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

21 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/02737 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], België, EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.C.M. Kortman, t e g e n de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid CNV DIENSTENBOND,gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en CNV.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:405 · Hoge Raad: Tegen het arrest van het hof van 19 februari 2013 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen CNV is verstek verleend. De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/02737 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], België, EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.C.M. Kortman, t e g e n de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid CNV DIENSTENBOND,gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en CNV.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 182980/HA ZA 11-807 van de rechtbank Haarlem van 28 september 2011 en 8 februari 2012; b. de arresten in de zaak 200.105.522/01 van het gerechtshof Amsterdam van 1 mei 2012 en 19 februari 2013. Het arrest van het hof van 19 februari 2013 is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 19 februari 2013 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen CNV is verstek verleend. De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CNV begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 februari 2014.