Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:3658 ECLI:NL:HR:2014:3658 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3658 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:3658
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

19 december 2014 Eerste Kamer nr. 14/00209 LZ/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de vrouw],wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg, t e g e n [de man],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. N.C. van Steijn. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3658 · Hoge Raad: Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 december 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

19 december 2014 Eerste Kamer nr. 14/00209 LZ/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de vrouw],wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg, t e g e n [de man],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. N.C. van Steijn. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 133445/FA RK 11-1036 van de rechtbank Alkmaar van 12 september 2012; b. de beschikkingen in de zaak 200.118.233/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 juni 2013 en 8 oktober 2013. De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 8 oktober 2013 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld en tevens verzocht het principaal beroep te verwerpen. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep. 3Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden.

Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 december 2014.