Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:3516 ECLI:NL:HR:2014:3516 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3516 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:3516
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

5 december 2014 Nr. 14/05139 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 september 2014, nrs. 14/1533AW en 14/1534AW, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Limburg (nrs. 13/1917 en 13/3404) betreffende de weigering van de Minister van Financiën om de inschaling van belanghebbende met terugwerkende kracht te herzien, alsmede de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van schade. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3516 · Hoge Raad: 5 december 2014 Nr. 14/05139 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 september 2014, nrs. 14/1533AW en 14/1534AW, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Limburg (nrs. 13/1917 en 13/3404) betreffende de weigering van de Minister van Financiën om de inschaling van belanghebbende met terugwerkende kracht te herzien, alsmede de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van schade. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

5 december 2014 Nr. 14/05139 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 september 2014, nrs. 14/1533AW en 14/1534AW, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Limburg (nrs. 13/1917 en 13/3404) betreffende de weigering van de Minister van Financiën om de inschaling van belanghebbende met terugwerkende kracht te herzien, alsmede de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van schade. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2014.