ECLI:NL:HR:2014:3459 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated28 november 2014 Eerste Kamer 14/02753 LH/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen, t e g e n 1. GEMEENTE MIDDELBURG, zetelende te Middelburg, 2. MORTIERE GRONDEXPLOITATIE C.V., gevestigd te Rosmalen, 3. GRONDBEDRIJF MORTIERE BEHEER I B.V., gevestigd te Rosmalen, 4. GRONDBEDRIJF MORTIERE BEHEER II B.V., gevestigd te Rosmalen, 5. [verweerster 5], gevestigd te [vestigingsplaats], 6. [verweerster 6], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente c.s.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2014:3459 · Hoge Raad: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 november 2014.
Full text
28 november 2014 Eerste Kamer 14/02753 LH/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen, t e g e n 1. GEMEENTE MIDDELBURG, zetelende te Middelburg, 2. MORTIERE GRONDEXPLOITATIE C.V., gevestigd te Rosmalen, 3. GRONDBEDRIJF MORTIERE BEHEER I B.V., gevestigd te Rosmalen, 4. GRONDBEDRIJF MORTIERE BEHEER II B.V., gevestigd te Rosmalen, 5. [verweerster 5], gevestigd te [vestigingsplaats], 6. [verweerster 6], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente c.s.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak C12/87132 / KG ZA 13-18 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 maart 2013; b. de arresten in de zaak HD 200.125.244/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 juni 2013, 25 maart 2014 en 1 juli 2014. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 25 maart 2014 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de Gemeente c.s. is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 november 2014.