ECLI:NL:HR:2014:3454 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated28 november 2014 Nr. 14/03161 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] Ltd. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 30 april 2014, nr. SGR 13/8125, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Den Haag voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z]. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 juli 2014 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2014:3454 · Hoge Raad: Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Libari, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2014.
Full text
28 november 2014 Nr. 14/03161 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] Ltd. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 30 april 2014, nr. SGR 13/8125, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Den Haag voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z]. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 juli 2014 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.
Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 augustus 2014, ter zake waarvan belanghebbende volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL bericht heeft gekregen dat de brief op de afhaallocatie kon worden afgehaald, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald.
Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Libari, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2014.