Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:3451 ECLI:NL:HR:2014:3451 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3451 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:3451
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

28 november 2014 Eerste Kamer nr. 13/05310 LH/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3451 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 november 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

28 november 2014 Eerste Kamer nr. 13/05310 LH/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 293034/HA ZA 10-1991 van de rechtbank Utrecht van 3 november 2010, 27 april 2011 en 4 juli 2012; b. de arresten in de zaak 200.112.808 van het gerechtshof Arnhem van 6 november 2012 en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2013. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 16 juli 2013 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 november 2014.