ECLI:NL:HR:2014:3067 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated31 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 13/00523 EV/LH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], 2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats], 3. [eiser 3],wonende te [woonplaats], 4. [eiser 4],wonende te [woonplaats], 5. [eiser 5],wonende te [woonplaats], 6. [eiser 6],wonende te [woonplaats], 7. De stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING OPSTALHOUDERS HAARLEMMERMEER, gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma, t e g e n HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND,zetelende te Leiden, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en het Hoogheemraadschap.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2014:3067 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 oktober 2014.
Full text
31 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 13/00523 EV/LH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], 2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats], 3. [eiser 3],wonende te [woonplaats], 4. [eiser 4],wonende te [woonplaats], 5. [eiser 5],wonende te [woonplaats], 6. [eiser 6],wonende te [woonplaats], 7. De stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING OPSTALHOUDERS HAARLEMMERMEER, gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma, t e g e n HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND,zetelende te Leiden, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en het Hoogheemraadschap.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 312579/HA ZA 08-1855 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 september 2008 en 18 augustus 2010; b. het arrest in de zaak 200.077.007/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 23 oktober 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door mr. L.E. de Geer en voor het Hoogheemraadschap door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 20 juni 2014 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 oktober 2014.