Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:3039 ECLI:NL:HR:2014:3039 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3039 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:3039
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

24 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 13/04555 EV/LZ 1. ADRINA PRODUKTIES B.V., 2. BASSIE PRODUKTIES B.V.,beide gevestigd te Vlaardingen, EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats], 3. [verweerder 3],wonende te [woonplaats], 4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats], 5. [verweerder 5],wonende te [woonplaats], 6. [verweerder 6],wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Adrina c.s. en [verweerder] c.s.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:3039 · Hoge Raad: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Adrina c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 oktober 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 13/04555 EV/LZ 1. ADRINA PRODUKTIES B.V., 2. BASSIE PRODUKTIES B.V.,beide gevestigd te Vlaardingen, EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats], 3. [verweerder 3],wonende te [woonplaats], 4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats], 5. [verweerder 5],wonende te [woonplaats], 6. [verweerder 6],wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Adrina c.s. en [verweerder] c.s.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 290477/HA ZA 07-2103 van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2007 en 5 augustus 2009; b. de arresten in de zaak 200.054.829/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 december 2011 (tussenarrest) en 21 mei 2013 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof van 21 mei 2013 hebben Adrina c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. De zaak is voor Adrina c.s. toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot verwerping.

3Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Adrina c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 oktober 2014.