ECLI:NL:HR:2014:3032 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated24 oktober 2014 nr. 14/03729 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 juni 2014, nr. SGR 14/3635, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (AWB 12/7311) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Legislator headnote
AI generatedartikel 6:6 Awb; ECLI:NL:HR:2014:3032 · Hoge Raad: 24 oktober 2014 nr. 14/03729 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 juni 2014, nr. SGR 14/3635, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (AWB 12/7311) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
24 oktober 2014 nr. 14/03729 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 juni 2014, nr. SGR 14/3635, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (AWB 12/7311) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 29 juli 2014, ter zake waarvan de gemachtigde van belanghebbende volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL bericht heeft gekregen dat deze op de afhaallocatie kon worden afgehaald, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van de gemachtigde van belanghebbende. Van de geboden gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2014.