Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2992 ECLI:NL:HR:2014:2992 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2992 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2992
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

17 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 14/02067 LZ/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE RABOBANK SOEST BAARN EEMNES U.A.,gevestigd te Soest, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. W.H. van Hemel, t e g e n mr. J.V. MADURO, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V.,kantoorhoudende te Utrecht, VERWEERSTER in cassatie, advocaten : mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en de curator.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2992 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 387,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 14/02067 LZ/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE RABOBANK SOEST BAARN EEMNES U.A.,gevestigd te Soest, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. W.H. van Hemel, t e g e n mr. J.V. MADURO, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V.,kantoorhoudende te Utrecht, VERWEERSTER in cassatie, advocaten : mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en de curator.

1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/16/13/799, 913 en 914 F van de rechter-commissaris te Utrecht van 22 januari 2014 en 6 februari 2014. De beschikkingen van de rechter-commissaris zijn aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen heeft Rabobank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping. De advocaat van Rabobank heeft bij brief van 19 september 2014 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 387,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.