Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2989 ECLI:NL:HR:2014:2989 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2989 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2989
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

17 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 13/04002 LZ/AS Hoge Raad der Nederlanden 1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [eiser 2],wonende te [woonplaats], 3. [eiseres 3],wonende te [woonplaats], 4. De gezamenlijke erven van de voormalig vennoot [betrokkene 1],destijds wonende te [woonplaats] EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n [verweerster],wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2989 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17 oktober 2014 Eerste Kamer nr. 13/04002 LZ/AS Hoge Raad der Nederlanden 1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [eiser 2],wonende te [woonplaats], 3. [eiseres 3],wonende te [woonplaats], 4. De gezamenlijke erven van de voormalig vennoot [betrokkene 1],destijds wonende te [woonplaats] EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n [verweerster],wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 340887/HA ZA 09-2090 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2009, 3 maart 2010 en 26 januari 2011; b. de arresten in de zaak 200.082.743/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 mei 2011, 23 april 2013 en 14 mei 2013. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 23 april 2013 en 14 mei 2013 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.