Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2953 ECLI:NL:HR:2014:2953 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2953 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2953
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

10 oktober 2014 nr. 14/04099 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 3 juni 2014, nrs. SGR 14/1543 en SGR 14/2402, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende voor het jaar 2010 gegeven beschikkingen Huurtoeslag en Kindgebonden budget. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2953 · Hoge Raad: 10 oktober 2014 nr. 14/04099 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 3 juni 2014, nrs. SGR 14/1543 en SGR 14/2402, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende voor het jaar 2010 gegeven beschikkingen Huurtoeslag en Kindgebonden budget. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10 oktober 2014 nr. 14/04099 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 3 juni 2014, nrs. SGR 14/1543 en SGR 14/2402, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende voor het jaar 2010 gegeven beschikkingen Huurtoeslag en Kindgebonden budget. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank die is gedaan in een geschil betreffende een besluit als de onderhavige ingevolge de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Voorts kan, zoals in de rechtsmiddelverwijzing onder de aangevallen uitspraak van de Rechtbank terecht is opgenomen, daartegen evenmin hoger beroep worden ingesteld. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.