Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2946 ECLI:NL:HR:2014:2946 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2946 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2946
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

10 oktober 2014 nr. 13/02092 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 november 2012, nrs. 10/00076 en 10/00077, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank te Alkmaar (nrs. AWB 08/3660 en AWB 09/1185) betreffende beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor de jaren 2007 en 2008, de aan belanghebbende voor het jaar 2007 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelasting, rioolrecht en afvalstoffenheffing alsmede de voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelasting ter zake van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] en de afwijzing van het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2946 · Hoge Raad: De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10 oktober 2014 nr. 13/02092 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 november 2012, nrs. 10/00076 en 10/00077, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank te Alkmaar (nrs. AWB 08/3660 en AWB 09/1185) betreffende beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor de jaren 2007 en 2008, de aan belanghebbende voor het jaar 2007 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelasting, rioolrecht en afvalstoffenheffing alsmede de voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelasting ter zake van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] en de afwijzing van het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.