Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:293 ECLI:NL:HR:2014:293 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:293 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:293
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

11 februari 2014 Strafkamer nr. 12/03783 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 mei 2012, nummer 22/001856-11, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

Legislator headnote

AI generated

art. 440 Sv; ECLI:NL:HR:2014:293 · Hoge Raad: Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A.G. Balkenende, advocaat te Katwijk, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zou voorkomen. 2Beoordeling van het middel 2.1. Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaarde diefstal in vereniging niet uit de gebezigde bewijsvoering kan volgen. 2.2.1.

Keywords

AI generated
art. 440 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 440 Sv
Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zou voorkomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 februari 2014 Strafkamer nr. 12/03783 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 mei 2012, nummer 22/001856-11, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A.G. Balkenende, advocaat te Katwijk, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zou voorkomen. 2Beoordeling van het middel 2.1. Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaarde diefstal in vereniging niet uit de gebezigde bewijsvoering kan volgen. 2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: "hij omstreeks 24 februari 2011 tot en met 25 februari 2011 te Voorschoten tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kantoor/pand, gelegen op of aan de [a-straat 1] heeft weggenomen drie laptops en een kluis en een projector/beamer en een geldbedrag van ongeveer 1300 euro, en andere goederen toebehorende aan [A], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik te hebben gebracht door een raam van dat kantoor/pand open te breken en vervolgens via de aldus ontstane opening dat kantoor/pand binnen te gaan en een deur in dat kantoor/pand open te breken." 2.2.2.

De bewijsvoering is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.3 en 4.4. 2.3. Uit de door het Hof gebezigde bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat de verdachte zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt dat hij kan worden aangemerkt als iemand die zich "tezamen en in vereniging met anderen" - dus als mededader - aan de diefstal heeft schuldig gemaakt. 2.4. Het middel slaagt in zoverre. 3Slotsom Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist. 4Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak; wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2014.