Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2800 ECLI:NL:HR:2014:2800 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2800 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2800
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

26 september 2014 Eerste Kamer nr. 13/04899 EV/LH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.J. Fontijn, t e g e n Mr. Franciscus Jozef Hubert SOMERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,kantoorhoudende te Alphen aan de Rijn, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2800 · Hoge Raad: Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de curator is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping, afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO in overweging gevende. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 1 juli 2014 op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

26 september 2014 Eerste Kamer nr. 13/04899 EV/LH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.J. Fontijn, t e g e n Mr. Franciscus Jozef Hubert SOMERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,kantoorhoudende te Alphen aan de Rijn, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 283603/HA ZA 07-0808 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 juni 2007, 27 mei 2009 en 27 januari 2010; b. het arrest in de zaak 200.068.275/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 mei 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de curator is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping, afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO in overweging gevende. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 1 juli 2014 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 september 2014.