Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2772 ECLI:NL:HR:2014:2772 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2772 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2772
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23 september 2014 Strafkamer nr. S 13/05765 B ARA/KD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 oktober 2013, nummer RK 13/201, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [klaagster] , gevestigd te [plaats].

Legislator headnote

AI generated

art. 552a Sv; ECLI:NL:HR:2014:2772 · Hoge Raad: S 13/05765 B ARA/KD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 oktober 2013, nummer RK 13/201, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [klaagster] , gevestigd te [plaats].

Keywords

AI generated
art. 552a Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552a Sv
S 13/05765 B ARA/KD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 oktober 2013, nummer RK 13/201, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [klaagster] , gevestigd te [plaats].

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2012:BX
HR 27 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX 5512).
NJ 1997/387
In dat geval zou, zoals volgt uit HR 3 december 1996, ECLI:NL: HR:1996:ZD0589, NJ 1997/387, HR 20 februari 2007, ECLI:NL: HR:2007:AZ1656 en HR 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8915 het cassatieberoep tegen de bestreden beschikking ontvankelijk zijn.
ECLI:NL:HR:2012:BT8915
Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door [klager].

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 september 2014 Strafkamer nr. S 13/05765 B ARA/KD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 oktober 2013, nummer RK 13/201, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [klaagster] , gevestigd te [plaats].

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door [betrokkene 1]. Namens deze heeft mr. M.J. van Weerden, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzing of terugwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Het beroep is gericht tegen een beschikking die is gegeven op het klaagschrift van [klaagster], welk klaagschrift strekte tot teruggave van een auto, merk Porsche Panamera, met het kenteken[AA-00-AA] – die onder [betrokkene 1] in beslag was genomen – aan [klaagster].

Bij de bestreden beschikking is het klaagschrift van [klaagster] gegrond verklaard en de teruggave van de auto aan haar gelast. Tegen die beschikking staat voor [betrokkene 1] blijkens art. 552d, tweede lid, Sv geen cassatieberoep open (vgl. HR 27 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX 5512). In de onderhavige zaak doet zich niet de situatie voor dat de officier van justitie aan de beslagene mededeling heeft gedaan van zijn voornemen het inbeslaggenomen voorwerp met toepassing van art. 116, derde lid, Sv aan hem of aan een ander terug te geven, dan wel de situatie dat de beslagene moet worden beschouwd als een persoon aan wie een zodanige mededeling is gedaan.

In dat geval zou, zoals volgt uit HR 3 december 1996, ECLI:NL: HR:1996:ZD0589, NJ 1997/387, HR 20 februari 2007, ECLI:NL: HR:2007:AZ1656 en HR 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8915 het cassatieberoep tegen de bestreden beschikking ontvankelijk zijn. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart [betrokkene 1] niet-ontvankelijk in het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2014.