Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2766 ECLI:NL:HR:2014:2766 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2766 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2766
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23 september 2014 Strafkamer nr. 13/01948 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 maart 2013, nummer 21/002497-12, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982. 1De procesgang in cassatie 1.1. De Hoge Raad heeft in deze zaak bij arrest van 8 juli 2014 de bestreden uitspraak vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, de zaak teruggewezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren, zittingsplaats Arnhem opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2766 · Hoge Raad: In dat arrest is abusievelijk niet de beoordeling opgenomen van het eerste middel en is onder '3. Slotsom' vermeld dat "hetgeen hiervoor is overwogen meebrengt dat het eerste middel geen bespreking behoeft". Daarom dient het arrest van 8 juli 2014 als volgt te worden gelezen: 3 Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling 4 Slotsom Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 september 2014 Strafkamer nr. 13/01948 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 maart 2013, nummer 21/002497-12, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982. 1De procesgang in cassatie 1.1. De Hoge Raad heeft in deze zaak bij arrest van 8 juli 2014 de bestreden uitspraak vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, de zaak teruggewezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren, zittingsplaats Arnhem opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige. 1.2.

In dat arrest is abusievelijk niet de beoordeling opgenomen van het eerste middel en is onder '3. Slotsom' vermeld dat "hetgeen hiervoor is overwogen meebrengt dat het eerste middel geen bespreking behoeft". Daarom dient het arrest van 8 juli 2014 als volgt te worden gelezen: 3 Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling 4 Slotsom Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

Met vernummering van '4. Beslissing’ tot '5'. 2Beslissing De Hoge Raad: bepaalt dat het in deze zaak op 8 juli 2014 uitgesproken arrest moet worden gelezen met inachtneming van de hiervoor vermelde verbeteringen. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2014.