ECLI:NL:HR:2014:2727 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated19 september 2014 Nrs. 14/01241 en 14/01243 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de Rechtbank Den Haag van 24 januari 2014, nrs. SGR 13/2814 en 13/2789, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2011 en 2012 opgelegde aanslagen in de zuiveringsheffing betreffende de onroerende zaak Seinpostduin 15 te ’s-Gravenhage. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 mei 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2014:2727 · Hoge Raad: Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 18 juni 2014 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 20 juni 2014 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Full text
19 september 2014 Nrs. 14/01241 en 14/01243 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de Rechtbank Den Haag van 24 januari 2014, nrs. SGR 13/2814 en 13/2789, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2011 en 2012 opgelegde aanslagen in de zuiveringsheffing betreffende de onroerende zaak Seinpostduin 15 te ’s-Gravenhage. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 mei 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 18 juni 2014 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 20 juni 2014 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014. Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 493 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.