ECLI:NL:HR:2014:2700 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated12 september 2014 Nr. 14/01700 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 17 februari 2014, nrs. SGR 11/5660 tot en met SGR 11/5663, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelastingen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van beroep.
Legislator headnote
AI generatedartikel 6:6 Awb; ECLI:NL:HR:2014:2700 · Hoge Raad: 12 september 2014 Nr. 14/01700 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 17 februari 2014, nrs. SGR 11/5660 tot en met SGR 11/5663, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelastingen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van beroep.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
12 september 2014 Nr. 14/01700 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 17 februari 2014, nrs. SGR 11/5660 tot en met SGR 11/5663, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelastingen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van beroep.
Bij aangetekende brief van 10 april 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven postadres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 22 mei 2014. Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 23 mei 2014 bij de Hoge Raad per fax ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten -, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014.