Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2689 ECLI:NL:HR:2014:2689 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2689 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2689
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

12 september 2014 Nr. 13/01402 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2013, nr. 10/00392, op het hoger beroep van [X] te [Z], Verenigde Staten, domicilie gekozen hebbende te Utrecht, (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/2996) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2001 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2689 · Hoge Raad: De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014. Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 478.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 september 2014 Nr. 13/01402 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2013, nr. 10/00392, op het hoger beroep van [X] te [Z], Verenigde Staten, domicilie gekozen hebbende te Utrecht, (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/2996) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2001 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014. Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 478.