ECLI:NL:HR:2014:2686 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated12 september 2014 Nr. 14/01187 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 21 februari 2014, nr. 13/05583, ECLI:NL:HR:2014:407. Bij brief van 25 februari 2014 heeft belanghebbende een verzoek ingediend tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2014, nr. 13/05583, waarbij zijn eerder gedane verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2013, nr. 13/00214, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie niet‑ontvankelijk is verklaard. Zoals de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 26 februari 2010, nr. 09/02802, ECLI:ML:HR:2010:BL5576, BNB 2010/140, heeft het geen zin om herziening te verzoeken van een uitspraak die is gedaan op een verzoek tot herziening.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2014:2686 · Hoge Raad: 12 september 2014 Nr. 14/01187 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 21 februari 2014, nr. 13/05583, ECLI:NL:HR:2014:407. Bij brief van 25 februari 2014 heeft belanghebbende een verzoek ingediend tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2014, nr. 13/05583, waarbij zijn eerder gedane verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2013, nr. 13/00214, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie niet‑ontvankelijk is verklaard. Zoals de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 26 februari 2010, nr. 09/02802, ECLI:ML:HR:2010:BL5576, BNB 2010/140, heeft het geen zin om herziening te verzoeken van een uitspraak die is gedaan op een verzoek tot herziening.
Cited Case Law
AI generatedFull text
12 september 2014 Nr. 14/01187 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 21 februari 2014, nr. 13/05583, ECLI:NL:HR:2014:407.
1Beoordeling van het verzoek
Bij brief van 25 februari 2014 heeft belanghebbende een verzoek ingediend tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2014, nr. 13/05583, waarbij zijn eerder gedane verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2013, nr. 13/00214, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie niet‑ontvankelijk is verklaard. Zoals de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 26 februari 2010, nr. 09/02802, ECLI:ML:HR:2010:BL5576, BNB 2010/140, heeft het geen zin om herziening te verzoeken van een uitspraak die is gedaan op een verzoek tot herziening.
Een dergelijk verzoek, waarvan in dit geval sprake is, moet niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014.