Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2661 ECLI:NL:HR:2014:2661 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2661 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2661
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

12 september 2014 Nr. 12/05835 Herstelarrest gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2014, nr. 12/05835, ECLI:NL:HR:2014:1315, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 november 2012, nr. 11/00301OB. 1Het arrest in het geding 1.1. De Hoge Raad heeft in deze zaak op 6 juni 2014 arrest gewezen. Nadien heeft de Staatssecretaris van Financiën verzocht om verbetering van het arrest. 1.2. De Staatssecretaris heeft in deze zaak beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 november 2012 met nr. 11/00301OB.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2661 · Hoge Raad: 12 september 2014 Nr. 12/05835 Herstelarrest gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2014, nr. 12/05835, ECLI:NL:HR:2014:1315, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 november 2012, nr. 11/00301OB. 1Het arrest in het geding 1.1. De Hoge Raad heeft in deze zaak op 6 juni 2014 arrest gewezen. Nadien heeft de Staatssecretaris van Financiën verzocht om verbetering van het arrest. 1.2. De Staatssecretaris heeft in deze zaak beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 november 2012 met nr. 11/00301OB.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 september 2014 Nr. 12/05835 Herstelarrest gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2014, nr. 12/05835, ECLI:NL:HR:2014:1315, gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 november 2012, nr. 11/00301OB. 1Het arrest in het geding 1.1. De Hoge Raad heeft in deze zaak op 6 juni 2014 arrest gewezen. Nadien heeft de Staatssecretaris van Financiën verzocht om verbetering van het arrest. 1.2. De Staatssecretaris heeft in deze zaak beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 november 2012 met nr. 11/00301OB.

Blijkens onderdeel 4.9 van het door de Staatssecretaris overgelegde afschrift van die uitspraak komt het Hof tot het oordeel dat artikel 14 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (hierna: de Beschikking) in het onderhavige geval van toepassing is. In onderdeel 3.3.3 van het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2014 is evenwel vermeld dat het Hof aan zijn overwegingen de gevolgtrekking heeft verbonden dat artikel 14 van de Beschikking toepassing mist. Herstel van deze fout brengt mee dat in onderdeel 3.3.3 van het arrest van de Hoge Raad de zinsnede “toepassing mist.” wordt vervangen door:

“van toepassing is”. 2Beslissing De Hoge Raad: verbetert de hierboven vermelde fout in het arrest van 6 juni 2014, nr. 12/05835, en stelt de verbetering op de minuut van dat arrest. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, C.B. Bavinck, E.N. Punt en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2014.